“Ik kan gewoon niet tegen drukte.”
Dat is misschien wel een van de eerste dingen die je als hoogsensitieve vrouw over jezelf hebt ontdekt.
Een drukke winkel.
Een verjaardag met veel mensen.
Een open kantoor.
Geluid op de achtergrond.
Fel licht.
Meerdere gesprekken tegelijk.
Na een paar uur ben je moe. Misschien zelfs helemaal leeg.
Maar wat gebeurt er eigenlijk?
Waarom kan een situatie die voor een ander prima te doen lijkt, jou zoveel energie kosten?
En waarom gaat het bij hoogsensitiviteit niet alleen over ‘gevoelig zijn voor prikkels’?
Daarvoor is het belangrijk om iets beter te kijken naar prikkelverwerking.
Prikkels zijn overal
Je krijgt de hele dag informatie binnen.
Geluid.
Licht.
Geuren.
Aanraking.
Beweging.
Temperatuur.
Maar ook informatie uit je sociale omgeving.
Een stemmingsverandering bij iemand.
Een bepaalde toon.
Een gespannen sfeer.
Een onverwachte opmerking.
Je eigen lichamelijke signalen.
Je gedachten en emoties.
Je brein moet voortdurend bepalen wat relevant is, wat aandacht vraagt en wat op de achtergrond kan blijven.
Dat proces noemen we prikkelverwerking.
Bij hoogsensitiviteit wordt dit vaak gekoppeld aan sensory processing sensitivity (SPS): een persoonskenmerk waarbij mensen verschillen in de manier waarop zij informatie uit hun omgeving waarnemen en verwerken. In onderzoek worden onder andere diepere verwerking, een grotere gevoeligheid voor subtiele informatie, emotionele reactiviteit en een grotere vatbaarheid voor overstimulatie met SPS in verband gebracht.
Dat betekent iets anders dan:
“Een HSP kan minder prikkels verdragen.”
Het verhaal is genuanceerder.
Je merkt misschien meer op
Stel dat je in een café zit.
Iemand naast je praat.
Op de achtergrond klinkt muziek.
Aan de andere kant van de ruimte valt een glas.
Er loopt iemand langs je tafel.
Je gesprekspartner verandert ineens van toon.
Voor veel mensen is een groot deel daarvan achtergrondinformatie.
Maar wanneer je veel van die signalen opmerkt, krijgt je brein meer informatie te verwerken.
Dat betekent niet dat je bewust alles zit te analyseren.
Je kunt iets al hebben geregistreerd voordat je er woorden aan geeft.
Dat is een belangrijk verschil.
Hoogsensitiviteit gaat dus niet alleen over:
“Ik vind geluid vervelend.”
Het kan ook gaan over:
“Ik merk veel tegelijk op.”
En wanneer veel informatie tegelijkertijd binnenkomt, kan dat behoorlijk belastend worden.
Overprikkeling is niet hetzelfde als hoogsensitiviteit
Dit onderscheid is belangrijk.
Hoogsensitiviteit en overprikkeling zijn niet hetzelfde.
Hoogsensitiviteit verwijst naar een relatief stabiele eigenschap van individuele verschillen in gevoeligheid voor en verwerking van omgevingsinformatie.
Overprikkeling beschrijft eerder wat er kan gebeuren wanneer er op een bepaald moment meer stimulatie en informatie verwerkt moet worden dan goed hanteerbaar is.
Onderzoek beschrijft overstimulatie dan ook als een veelvoorkomende uitdaging bij mensen die hoog scoren op SPS.
Je kunt dus hoogsensitief zijn zonder voortdurend overprikkeld te zijn.
En je kunt ook overprikkeld raken zonder hoogsensitief te zijn.
Dat laatste wordt nogal eens vergeten.
Een lange werkdag.
Slecht slapen.
Veel afspraken.
Een conflict.
Tijdsdruk.
Een periode waarin er thuis veel speelt.
Ook zonder dat je hoogsensitief bent kan je systeem daar behoorlijk op reageren.
Bij een hoogsensitieve vrouw kan een dergelijke opeenstapeling echter extra veel vragen van de verwerking.
Het gaat niet alleen om geluid en licht
Wanneer mensen over prikkels praten, denken ze vaak aan zintuiglijke prikkels.
Geluid.
Licht.
Drukte.
Geur.
Aanraking.
Maar in mijn werk met hoogsensitieve vrouwen zie ik dat sociale en emotionele informatie minstens zo belangrijk kan zijn.
Een ruimte kan rustig zijn en toch veel van je vragen.
Bijvoorbeeld wanneer je voelt dat er spanning tussen twee mensen zit.
Of wanneer iemand een beroep op je doet.
Wanneer je voortdurend moet schakelen tussen verschillende mensen.
Wanneer je tijdens een vergadering niet alleen luistert naar wat er gezegd wordt, maar ook bezig bent met hoe iedereen erbij zit.
Dat betekent niet dat iedere HSP automatisch de emoties van anderen ‘overneemt’.
Wel wordt binnen onderzoek naar SPS gekeken naar verhoogde gevoeligheid voor emotionele en omgevingsinformatie.
Daarom is de vraag:
“Waar raak jij van overprikkeld?”
vaak interessanter dan:
“Hoeveel prikkels kun jij aan?”
Sommige prikkels kosten meer energie dan andere
Ook dat verschilt per persoon.
De ene vrouw kan prima functioneren in een drukke stad, maar raakt uitgeput van een hele dag vergaderen.
Een ander heeft weinig last van sociale drukte, maar kan slecht tegen voortdurend achtergrondgeluid.
Weer een ander merkt vooral dat emotioneel geladen gesprekken veel energie kosten.
Er is dus niet één prikkelprofiel dat bij iedere hoogsensitieve vrouw past.
Dat sluit aan bij het huidige onderzoek, waarin SPS wordt gezien als een dimensionale eigenschap. Mensen verschillen in de mate waarin zij gevoelig zijn voor hun omgeving; het is geen eenvoudig aan-of-uitkenmerk.
Daarom vind ik het weinig behulpzaam wanneer je als HSP een lange lijst krijgt met:
“Dit moet je vermijden.”
Want misschien is dat helemaal niet jouw probleem.
De interessantere vraag is:
Wat gebeurt er bij jou?
Je eigen prikkelprofiel leren kennen
Daar begint voor mij de interessante verdieping.
Niet bij de vraag:
“Hoeveel prikkels mag ik hebben?”
Maar bij vragen als:
Welke prikkels merk ik snel op?
Welke situaties kosten mij veel energie?
Wanneer merk ik dat het teveel begint te worden?
Wat heb ik nodig om daarna weer te herstellen?
Welke prikkels vind ik juist prettig of stimulerend?
Wanneer trek ik mij terug omdat ik werkelijk rust nodig heb — en wanneer omdat ik iets spannend vind?
Want ook dat onderscheid doet ertoe.
Je wilt niet alles wat ongemakkelijk voelt onder het kopje ‘overprikkeling’ schuiven.
Soms vraagt een situatie om herstel.
Soms vraagt een situatie juist om moed.
En soms vraagt ze om een andere keuze.
Dat leer je niet door een algemene lijst met HSP-tips uit je hoofd te leren.
Dat leer je door jezelf steeds beter te leren kennen.
Hoogsensitiviteit begrijpen is het begin
Hoe meer je begrijpt over hoogsensitiviteit, hoe gemakkelijker het kan worden om jezelf niet steeds te veroordelen voor hoe je reageert.
Je bent niet per definitie lastig omdat je na een drukke dag stilte nodig hebt.
Je bent niet zwak omdat een bepaalde omgeving veel van je vraagt.
En je hoeft jezelf ook niet voortdurend te bewijzen door over je eigen signalen heen te gaan.
Maar kennis alleen is niet genoeg.
Je kunt precies weten wat overprikkeling is en toch iedere week opnieuw te laat stoppen.
Daar begint het persoonlijke stuk.
Want uiteindelijk gaat het niet alleen om weten:
“Ik ben hoogsensitief.”
Maar om kunnen herkennen:
“Dit gebeurt er nu bij míj.”
En vervolgens leren handelen naar wat je ontdekt.
Dat is waar kennis over hoogsensitiviteit werkelijk waarde krijgt.
Verder in deze serie
In het volgende artikel gaan we een stap verder:
Waarom je als HSP sneller overprikkeld kunt raken.
Dan kijken we niet alleen naar wat overprikkeling is, maar naar de verschillende factoren die samen kunnen maken dat je emmer sneller volloopt.
Overprikkeling begint soms veel eerder
Misschien herken je dit:
Je zit op je werk.
Je kunt alles nog gewoon doen.
Je functioneert.
Je beantwoordt mails.
Je hebt gesprekken.
Je maakt je werk af.
Aan het einde van de dag denk je:
“Ik ben gewoon een beetje moe.”
En dan kom je thuis.
Je wilt eigenlijk niets meer.
Geen gesprek.
Geen geluid.
Geen vragen.
Geen keuzes.
Misschien wil je alleen maar op de bank zitten.
Dat betekent niet automatisch dat je die dag ‘te veel prikkels’ hebt gehad.
Maar het kan wel een aanwijzing zijn dat je gedurende de dag veel hebt verwerkt.
Daarom is het nuttig om niet pas naar je grenzen te kijken wanneer je lichaam al op de rem trapt.
Je hoeft niet je hele leven prikkelarm te maken
Dat is misschien wel de belangrijkste nuance.
Als je ontdekt dat je hoogsensitief bent, kan de neiging ontstaan om je leven steeds kleiner te maken.
Minder mensen.
Minder afspraken.
Minder drukte.
Minder geluid.
Minder uitdagingen.
Soms is dat tijdelijk precies wat je nodig hebt.
Maar hoogsensitiviteit betekent niet dat je een prikkelvrij leven moet gaan leiden.
Ook positieve ervaringen kunnen intens binnenkomen. Onderzoek naar environmental sensitivity kijkt daarom niet alleen naar negatieve prikkels, maar juist naar verschillen in hoe mensen reageren op hun omgeving in brede zin.
Een concert kan vermoeiend zijn.
Maar ook prachtig.
Een diep gesprek kan intens zijn.
Maar ook voedend.
Een nieuwe uitdaging kan spanning geven.
Maar je ook energie geven.
Het doel is daarom niet:
zo weinig mogelijk voelen.
Het doel is eerder:
leren begrijpen wat jouw systeem nodig heeft om te kunnen blijven functioneren én leven op een manier die bij je past.
Wanneer wordt een prikkel te veel?
Een prikkel op zichzelf hoeft niet het probleem te zijn.
Het gaat ook om de context.
Dezelfde verjaardag kan de ene keer prima gaan en de andere keer veel te veel zijn.
Waarom?
Omdat jij niet iedere dag met dezelfde hoeveelheid energie, spanning en draagkracht begint.
Wanneer je uitgerust bent, kan je meer hebben.
Wanneer je al een drukke week achter de rug hebt, kan dezelfde situatie ineens veel harder binnenkomen.
Daarom is het zo belangrijk om niet alleen naar de prikkel te kijken.
Kijk ook naar de hoeveelheid die zich heeft opgestapeld.
Een vergadering is misschien geen probleem.
Drie vergaderingen achter elkaar wel.
Een telefoongesprek is misschien prima.
Tien telefoontjes op een dag kunnen te veel zijn.
Een avond met vrienden kan heerlijk zijn.
Maar als je daarvoor al een volle werkdag, een drukke ochtend en een slechte nacht hebt gehad, kan diezelfde avond je laatste reserves aanspreken.
Dat is geen kwestie van zwakte.
Het is informatie.
Je lichaam kan eerder reageren dan je hoofd
Een van de redenen waarom het soms zo lastig is om overprikkeling op tijd te herkennen, is dat je hoofd nog kan zeggen:
“Het gaat toch prima?”
Terwijl je lichaam al iets anders laat zien.
Je wordt onrustiger.
Je schouders trekken omhoog.
Je ademhaling verandert.
Je krijgt hoofdpijn.
Je wordt sneller geïrriteerd.
Je kunt je minder goed concentreren.
Je wilt ineens alleen zijn.
Je hebt behoefte aan stilte.
Of je voelt helemaal niets meer en merkt pas later hoe moe je eigenlijk bent.
Dat zijn geen universele HSP-signalen. Het zijn voorbeelden van manieren waarop spanning en overbelasting zich bij iemand kunnen uiten.
Daarom is het belangrijk om je eigen signalen te leren kennen.
Niet alleen wanneer het al te veel is.
Juist ook daarvoor.




0 Reacties